Wetenschap

Terugblikken op de Mexicaanse griep: waarom Ab Osterhaus niet de beste bron is

Geschreven door Dick Bijl

De afgelopen jaren zijn er meerdere terugblikken geweest op de pandemie van de Mexicaanse griep (2009-2010), maar in de uitzending van Andere tijden op 17 februari jl. kwamen opmerkelijk genoeg vooral artsen met belangenverstrengeling aan het woord, zoals Ted van Essen (penningmeester van de European Scientific Working Group on Influenza ESWI, de lobbyclub die alleen door de farmaceutische industrie wordt gesponsord) en Ab Osterhaus (voorzitter van de ESWI).

De uitzending van Andere tijden was slecht, niet alleen omdat het zaken onvoldoende in perspectief zette en het eenzijdig maar bovenal onjuiste informatie verspreidde. Dat was ik niet gewend, want ik keek meestal met plezier naar Andere tijden. Vanaf ongeveer minuut 14 kon Osterhaus zeggen dat het verschil met de huidige pandemie was ‘…dat we toen goed werkende virusremmers hadden…en dat de vraag zich voordeed of we Tamiflu op het nachtkastje moesten hebben…’.1 Een merkwaardige uitspraak, echter minder merkwaardig als je de belangenverstrengelingen van Osterhaus kent. Ik zet in het kort de geschiedenis van die virusremmers op een rij die ik ook in mijn boek Griep2 heb beschreven. De belangrijkste griepremmer is oseltamivir (Tamiflu®).

Oseltamivir is in 2002 in Nederland geregistreerd voor de ‘behandeling van griep bij volwassenen en kinderen vanaf één jaar die de typische symptomen van griep vertonen op het moment dat het griepvirus circuleert onder de bevolking’. De werkzaamheid is aangetoond wanneer de behandeling wordt gestart binnen twee dagen vanaf het begin van de symptomen. Voorts is het geregistreerd voor de ‘preventie van griep na blootstelling aan een klinisch vastgesteld geval van griep bij personen van 1 jaar en ouder’, de zogenoemde postexpositieprofylaxe.

Roche

Tom Jefferson van Universiteit van Oxford en onderzoeker van Cochrane (de organisatie die de bewijzen voor werkzaamheid van medische behandelingen op een rij zet) hadden op basis van een literatuuroverzicht dat was gesponsord door de firma Roche, in 2000 geconcludeerd dat griepremmers effectief zijn bij de preventie en behandeling van griep.

Tijdens het bijwerken van dat literatuuroverzicht in de jaren daarna kwamen enkele uiterst opmerkelijke zaken aan het licht die alles te maken hebben met het verschil tussen zakendoen en wetenschap bedrijven. Zo waren acht van de tien onderzoeken in dat overzicht niet gepubliceerd als wetenschappelijk artikel. Sommige auteurs die Jefferson had benaderd konden zich niet eens herinneren dat ze hadden meegewerkt aan onderzoeken of eraan hadden meegeschreven. De Cochrane-onderzoekers probeerden de oorspronkelijke onderzoeksgegevens van Roche in handen te krijgen maar die had daar geen zin in. Via jarenlang getouwtrek onder meer in samenwerking met het British Medical Journal, dat de correspondentie tussen Roche en Jefferson in haar tijdschrift opnam, lukte het om deze in handen te krijgen en zelfstandig te analyseren. Uiteindelijk concludeerden Jefferson en collega’s in 2014 dat oseltamivir de duur van influenza met circa 16,7 uur bekortte, een vrij zinloos effect (en dan laat ik de bijwerkingen buiten beschouwing) bij een infectieduur van gemiddeld een week. Het middel had geen effect op overdracht van het virus, verminderde ziekenhuisopnamen niet en had ook geen effect op overlijden; belangrijke uitkomsten.

De gegevens over de werkzaamheid of beter gezegd de onwerkzaamheid van oseltamivir zijn geleidelijk aan ook tot de medische gemeenschap in Nederland doorgedrongen. Maar dat ging niet vanzelf. Het was zelfs zo dat de Gezondheidsraad (GR) nog tot 2011 vasthield aan zijn oorspronkelijke conclusie dat het middel ingezet kan worden bij de seizoensgriep. Die raad had de onderzoeksgegevens verwijtbaar onvoldoende kritisch beoordeeld. Nu stellen zowel het Nederlands Huisartsen Genootschap NHG, de GR als het RIVM dat het gebruik van oseltamivir vrijwel zinloos is.

(We hebben een Nieuwsbrief!)

Statusverlaging

De conclusie is dat door de inspanningen van onafhankelijke onderzoekers, Britse parlementariërs en de redactie van het British Medical Journal de mist rondom oseltamivir is opgetrokken. Wat weinig mensen voor mogelijk hielden, is gebeurd. De WHO heeft in het voorjaar van 2017 de status van oseltamivir verlaagd van essentieel medicijn naar aanvullend medicijn. Vermoedelijk zal er voor oseltamivir in de volgende richtlijn helemaal geen plaats meer zijn. De WHO baseerde zich deels op de analyse van Cochrane uit 2014 die de onderzoeksgegevens van fabrikant Roche in handen had gekregen en deze zelfstandig was gaan analyseren en publiceren in het British Medical Journal. Fiona Godlee, hoofdredacteur van het BMJ, gaf in een redactioneel commentaar aan zeer verheugd te zijn met de statusverlaging van oseltamivir. Het betekende een overwinning voor de jarenlange inspanningen van het tijdschrift om de evidence-based medicine (EBM) te promoten, de op wetenschappelijk bewijs gebaseerde geneeskunde. ‘De beslissing van de WHO is steun voor beleid dat op basis van EBM geld zal besparen en schade beperken’. Deze boodschap betekent minder zorgkosten zonder verlies van kwaliteit.

Dit was een overwinning voor de wetenschap. Voor Roche was hiermee de zaak nog niet klaar, want nu gingen advocaten zich met de zaak bemoeien. Begin 2020 kwam een zaak in de openbaarheid die in september 2019 door Jefferson was aangespannen tegen Roche. Namens hem dienden advocaten in de Verenigde Staten een claim in tegen het bedrijf ter hoogte van $ 1,5 miljard omdat het bedrijf ten onrechte had beweerd dat oseltamivir de overdracht van het virus zou voorkomen en een beginnende pandemie zou kunnen beteugelen. De claim werd ingediend in het kader van de False Claims Act. Individuen kunnen hiermee personen of organisaties aanklagen die overheidsprogramma’s van de Verenigde Staten hebben bedrogen. We wachten op de uitspraak.2

Belangenconflicten

Deze tekst, die dus haaks staat op de uitspraken van Osterhaus en belangrijke wetenschappelijke informatie negeert, heb ik aan de redactie van Andere tijden voorgelegd. Dit was hun reactie: ‘In de Andere Tijden-uitzending over Mexicaanse griep hebben wij inhoudelijk andere keuzes gemaakt dan die waarop u doelt.  Een van die keuzes was om niet uit te weiden over het fenomeen belangenverstrengeling. Dat was in andere programma’s bij andere omroepen en ook in andere media al meerdere malen aan de orde geweest.’

De subsidie van Andere tijden is opnieuw gegarandeerd terwijl deze enkele maanden geleden ter discussie werd gesteld, maar dat zal niet vanwege deze kwestie zijn.

Dit is een tweede voorbeeld van hoe de publieke media te vaak deskundigen met belangenconflicten aan het woord laat die een verkeerde voorstelling van zaken geven aan het publiek. Een inhoudelijk beter uitgewerkte voorbereiding en analyse van het programma had deze evidente miskleun kunnen voorkomen en had vooral het publieke belang beter gediend. Osterhaus is een verspreider van wetenschappelijk nepnieuws en brengt goede wetenschap enorme schade toe. Mensen als Osterhaus zijn een hoofdoorzaak van het feit dat mensen steeds minder vertrouwen in wetenschap hebben.

Afbeelding van Pexels via Pixabay 

Referenties

  1. Mexicaanse griep – Andere Tijden
  2. Dick Bijl. Griep. Prikken, slikken of heel voorzichtig nietsdoen. Utrecht: Uitgeverij De Graaf, 2020.

Over de auteur

Dick Bijl

Dick Bijl is oud-huisarts en epidemioloog. Hij is president van de International Society of Drug Bulletins en was jarenlang hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin, een tijdschrift dat onafhankelijk nieuwe farmaceutische producten evalueert voor artsen en apothekers. Bijl schreef meerdere boeken, zoals Het Pillenprobleem en Griep – prikken, slikken of heel voorzichtig niets doen?. Hij promoveerde in 2006 aan de Universiteit van Amsterdam.