Opinie

Waar ligt de grens?

Waar ligt de grens

Om het corona-virus te bestrijden legt de Staat nu al bijna 2 jaar immer verdergaande maatregelen op. De lijst met verboden dijt nog altijd uit en bestrijkt zelfs de meest elementaire en intieme aspecten van ieders leven, zoals het samenkomen van familie en vrienden of het bijwonen van een huwelijk of begrafenis. Alleen wie een bewijs van vaccinatie, herstel of een negatieve PCR-test kan laten zien (door middel van een QR-code), mag nog aan bepaalde, door de Staat aangegeven activiteiten in de samenleving deelnemen. De vraag is: waar ligt de grens?

De voorgenomen maatregelen worden verdedigd met een beroep op ‘nut en noodzaak’ in het belang van de volksgezondheid. Het doel van de maatregelen, echter, is niet helder, niet kenbaar en dus niet toetsbaar. Dat betekent dat nut, noodzaak, effectiviteit, proportionaliteit en evenredigheid niet te bepalen zijn. Ook de duur van de maatregelen is niet te bepalen; die is afhankelijk van de ‘epidemiologische situatie’. Wat die situatie is en wie dat bepaalt is onbekend.

Los nog van het ontbreken van feitelijke onderbouwing; ‘nut en noodzaak’ zijn, per definitie, subjectieve begrippen. Wat nuttig is voor de een, kan nutteloos of zelfs schadelijk zijn voor de ander. Daarnaast zijn nut en noodzaak ook willekeurige begrippen en daarmee manipuleerbaar. Zo kan de overheid noodzaak creëren, door niet te investeren. En bovenal zijn nut en noodzaak begrippen zonder intrinsieke, humanitaire waarde, letterlijk en figuurlijk ‘waarden-vrij’ en daarmee ook ‘waarden-loos’. Wat weerhoudt de Staat om, met een beroep op nut en noodzaak, de QR-code in te zetten bij andere aandoeningen, zoals de ‘gewone griep’? Of bij andere medische profielen, zoals een (dna)medicatieprofiel? Of voor nog verdergaande maatregelen, om gedrag af te dwingen, louter op basis van modellen, gevoed door ontoegankelijke data, met 1 druk op de QR-knop en zonder tussenkomst van de rechter?

De grens tegen ingrepen van staatswege in de persoonlijke en publieke levenssfeer kan dus niet bepaald worden door nut en noodzaak, maar alleen door de menselijke waarde en waardigheid. De menselijke waarde is vastgelegd in de rechten van de mens, in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Volgens de Verklaring zijn de rechten van de mens universeel, inherent aan de waardigheid en waarde van ieder mens en onvervreemdbaar. De rechten van de mens zijn uitdrukkelijk geen ruilmiddel, geen ‘wegingsfactor’, maar vormen de absolute grens van iedere humanitaire samenleving. Sinds de aanname van de Verklaring, vormen de rechten van de mens en hun onderliggende waarden het fundament en de ultieme toetssteen voor een diverse, open, gezonde, multiculturele, pluriforme, gelijkwaardige, respectvolle en inclusieve samenleving.

De stelling dat het belang van de volksgezondheid prevaleert boven de rechten van de mens is een omkering van waarden. Het is andersom: de rechten van de mens bepalen de grens aan ingrepen door de Staat. De stelling miskent ook dat een beroep op de rechten van de mens niet alleen maar een individuele actie is, van een enkele persoon die niet in het gareel wenst te lopen (alhoewel dat nu juist wel tot de essentie behoort). De rechten van de mens gelden namelijk voor iedereen en beschermen daarmee niet alleen een enkel individu, maar alle individuen, groepen en collectieven van mensen en dus de samenleving als geheel. Het respecteren van de rechten van de mens is geen privilege van een paar andersdenkenden, maar dient het belang van ons allemaal. Naast bescherming van de mens tegen de Staat, dienen de universele rechten ook als inspiratie voor ons onderling gedrag, door van ons te verwachten dat we rekening houden met elkaar, met elkaars rechten en dat we elkaar in onze waarde laten.

Hoe mooi, waardevol, cruciaal maar ook hoe precair de rechten van de mens zijn, zien we dagelijks om ons heen: dankzij de rechten van de mens zijn er politieke partijen en vakverenigingen en demonstraties voor Black Lives Matter, is er het vrije woord in plaats van censuur, vrijheid van onderzoek, toegang tot de rechter en recht op een eerlijk proces, toegang tot openbare informatie, bescherming van het klimaat en bescherming van ieders familie, persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit.

De grens voor maatregelen, kortom, ligt niet bij subjectieve, arbitraire en manipuleerbare ‘nut en noodzaak’, maar in de menselijke waardigheid, die is vastgelegd in de universele, inherente en onvervreemdbare rechten van de mens.

Jasper Bovenberg, advocaat

Dick Bijl, oud-huisarts en epidemioloog

Volg de nieuwsbrief van OverNu

 

Een eerdere versie van dit artikel verscheen in de Telegraaf van 25 november 2021 en is met toestemming overgenomen.

Foto bij dit artikel: United Nations Photo op Flickr

Lees ook

About the author

Jasper Bovenberg

Jasper Bovenberg is advocaat en onderzoeker, gespecialiseerd in de juridische aspecten van de gezondheidszorg, van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, clinical trials en registratie van genees- en hulpmiddelen, tot nieuwe vormen van zorg en zelfzorg, waaronder toepassingen van AI Health. Hij is gepromoveerd op het onderwerp Eigendom van DNA. Hij Is lid van diverse biomedische onderzoeksconsortia in Nederland, de EU en wereldwijd.

About the author

Dick Bijl

Dick Bijl is oud-huisarts en epidemioloog. Hij is president van de International Society of Drug Bulletins en was jarenlang hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin, een tijdschrift dat onafhankelijk nieuwe farmaceutische producten evalueert voor artsen en apothekers. Bijl schreef meerdere boeken, zoals Het Pillenprobleem en Griep – prikken, slikken of heel voorzichtig niets doen?. Hij promoveerde in 2006 aan de Vrije Universiteit.