Column

Van trol naar trouw

Trol

Trollen bestaan natuurlijk niet echt, zo dacht ik tot even geleden. Ik kwam ze tegen in boeken en sprookjes. Of tijdens een dagje Efteling, waar een trollenkoning die woont in een boom de grond onder je voeten doet beven.  

 

Ik wist niet beter dan dat trollen mythologische, en bovenal lelijke en onvriendelijke bovennatuurlijke wezens waren, die mensen aten. In de boeken van Tolkien zijn trollen kwaadaardige wezens, die overduidelijk behoren tot de Duistere Zijde. Ze zijn bovendien dom en agressief.

Inmiddels weet ik beter. Ik heb mijn beeld van trollen moeten herzien. Op dit moment beeft de grond onder mijn voeten, hoewel ik mij niet in de Efteling bevind. Trollen bestaan. Levende, niet langer fictieve, vaak anonieme trollen hebben zich onaangekondigd en ongevraagd mijn bestaan weten binnen te dringen.

Waar komen zij zo ineens vandaan? Waarom vallen ze mij lastig? Zie ik er anders uit, gedraag ik me vreemd, beledig ik iemand?

Vinden de trollen dat ik onwaarheden vertel, wanneer ik slechts mijn onderbouwde mening verkondig? Heb ik, zonder dat ik het wist, een regel overtreden toen ik zaken in twijfel trok? Is dat inmiddels niet meer toegestaan in onze democratie?

Ik schaam me bijna. Als voormalig docent Nederlands vertelde ik, telkens als ik een nieuwe klas kreeg, dat het altijd vrij staat om te vragen en dat domme vragen niet bestaan. Zonder ruimte om te twijfelen en vragen te stellen hadden mijn leerlingen ook geen ruimte om zelfstandig te leren nadenken, en dus ook geen ruimte om zich te ontwikkelen. Die opvatting is zijn nu kennelijk hopeloos verouderd.

Ik herinner me mijn eerste contact met een echte trol nog goed. Ik verkeerde toen nog in de veronderstelling dat het een op persoonlijke titel werkende trol betrof, die het plezierig vond om op een onaardige en belerende toon commentaar te leveren op een post die ik publiceerde op een forum. Da’s het risico van naar buiten treden, dacht ik, naïef als ik was.

Inmiddels ben ik erachter dat er een heleboel trollen zijn. Ik heb geleerd dat ze zich hebben verenigd in een machtig trollenleger, dat aan ons de oorlog heeft verklaard.

Trollen hanteren wapens die de conventie van Geneve weliswaar niet heeft verboden, maar wel grote schade kunnen veroorzaken. Ze hebben de beschikking over onzichtbaar en vooral verlammend gif, en vlijmscherpe steekwapens die diepe psychologische wonden kunnen veroorzaken. Soms organiseren ze zich in eskaders die argeloze individuen spoorloos van het web doen verdwijnen.

In hun aanvallen hanteren trollen een zorgvuldig uitgestippelde strategie. Soms treedt een eerste trol op de voorgrond, die provoceert en uitlokt,  terwijl andere trollen zich aanvankelijk op de achtergrond houden en munitie verzamelen. Als de tijd rijp is, vallen ze gezamenlijk aan. In het trollenleger zijn de lijntjes kort en de communicatie bliksemsnel – zo snel, dat het wel lijkt alsof de trollen in de echte wereld naast elkaar achter hun scherm zitten.

Het coronavirus respecteert de landgrenzen. In het ene land is het gevaarlijk, in het andere niet. In het ene land laat het zich tegenhouden door mondkapjes, in het andere land niet. Trollen opereren daarentegen internationaal. Ze hebben een Europees, en misschien zelfs mondiaal plan van aanpak, waarin alles wat nodig is om tegenstanders uit te schakelen is toegestaan. Keurig houden ze lijsten bij van hun slachtoffers. Naar wie de lijsten met slachtoffers worden opgestuurd is niet duidelijk. Niet naar de Trollenkoning in de Efteling, in ieder geval.

Trollen veranderen net zo eenvoudig van naam als van rol. Dat lijkt lastig en complex, maar dat is het niet. Net zoals het virus zich door een zeer kleine ingreep met de letter T tot virtus wist te transformeren, zo kunnen trollen diezelfde letter uitstoten. Die letter komt dan terecht als T-stuk in de gereedschapskist van de minister van VWS, en de trol verandert in rol.

Met deze achtergrondkennis begrijpt u hoe trollen zich kunnen tooien met kwalificaties als arts, wetenschapper, journalist, onderzoeker, professor, bekende Nederlander en ja, u verwacht het niet, zelfs politicus. Er zijn fulltime-trollen, maar ook parttime-trollen. Deze entiteiten krijgen respectabele vergoedingen voor hun trollenwerk.

De trollen uit de mythologie konden het geluid van klokken niet verdragen. Als de klok luidt, worden trollen boos en gemeen. Iets soortgelijks mankeert de moderne trollen, die in woede ontsteken als ze ergens een klokkenluider ontwaren. Bij de eerste waarneming rukken ze uit om de klokkenluider in kwestie op te sporen, te isoleren, monddood te maken en vervolgens in alle stilte te verwijderen van sociale netwerken en platforms. Trollen hebben inmiddels voldoende lastige individuen van onTwitterd en verLinkInd om een Gulag-archipel vol trollenslachtoffers te vullen.

Mythologische trollen woonden hoog in de bergen of diep in de wouden. Alleen incidenteel trokken ze naar de beschaving, om stenen naar kerken te gooien om het klokgelui te doen ophouden. Moderne trollen zijn gevaarlijker. Ze leven met ons én onder ons. Ongemerkt dringen ze binnen in onze, naar we dachten, beveiligde computers, telefoons en sociale netwerken, en vergasten ons op hun provocerende berichten. Ze zuigen, lokken uit, beschuldigen, zaaien onrust en tweespalt en verspreiden desinformatie.

Dat is nogal wat. Ik hoor het u denken. U vraagt zich af wel doel de moderne trollen precies voor ogen hebben.

Wel, dat is duidelijk. Trollen willen conTrole. ConTrole over ongewenste meningen, die de slapende, onwetende, niet-kritische burger niet mogen bereiken. Ik zal maar alvast verklappen dat deze conTrole behoort de uiTrol van een groter en duister plan.

Ik besef dat dit allemaal alarmerend klinkt, maar onze situatie is zeker niet hopeloos. Trollen kunnen het daglicht niet verdragen. Ze verstenen als ze ermee in aanraking komen. Laten we dus ons licht blijven schijnen op hen en hun werkzaamheden. Laten we trouw blijven aan onszelf, en ons blijven uitspreken. Het is beste manier om hun snode plannen te onTrollen.

 

About the author

Leonieke van Lindert

Leonieke van Lindert heeft een (notarieel-)juridische achtergrond, en bekleedt een juridische functie. Ze was geruime tijd actief binnen de farmaceutische industrie, en werkte als docent Nederlands. Sinds het uitbreken van de coronapandemie schrijft ze columns.