Wetenschap

Vaccin-hoogleraar: voordelen Pfizer bij kinderen niet groter dan risico’s

Christine Benn

Een van de meest vooraanstaande vaccin-experts van Denemarken heeft vraagtekens geplaatst bij de beslissing van het Europees Geneesmiddelenbureau EMA om vaccinatie bij kinderen in te schalen in de categorie “voordelen wegen op tegen de risico’s”. Hoe komt de EMA daar eigenlijk bij?

Christine Stabell Benn is hoogleraar en werkt bij het Odense Patient data Explorative Network (OPEN) aan de University of Southern Denmark, werkte als beginnend onderzoeker met vaccins in Guinee-Bissau en was daarna nog aan de Stanford Universiteit in de Verenigde Staten verbonden. Een Deense krant die groots uitpakte met haar waarschuwing over de vaccinatie van kinderen, schrijft dat ze zonder twijfel bij de tien meest vooraanstaande vaccinexperts in Denemarken zit. Ze trekt haar conclusies uit hetzelfde onderzoek dat ook de EMA heeft gebruikt.

Maar eerst wat achtergrond.

Benn concludeerde eerder op basis van veertig jaar onderzoek van haar Deense onderzoeksintituut dat zowel de voordelen, alsook de risico’s van vaccins niet zo eenduidig zijn. Ze publiceerde erover in Clinical Microbiology and Infections en The Lancet en beschreef haar bevindingen in kranten waaronder The Independent.

Wat is haar verhaal?

Mysterie

Eerst het goede nieuws. Volgens Benn kunnen sommige vaccins meer dan enkel beschermen tegen de ziekte waarvoor ze zijn ontworpen. Zo bleek het ouderwetse mazelenvaccin in Guinea-Bissau tijdens een uitbraak in de jaren ’80 de mortaliteit met 70 procent (!) te verlagen, verbluffende resultaten, die statistisch gezien niet alleen konden worden verklaard door de mazelen, aldus Benn. “Een mysterieuze ontdekking.”

Conclusie: het vaccin beschermde óók tegen andere infectieziekten. Hoe, dat begreep niemand, maar het was goed nieuws.

In 1989 kwam de WHO echter met een nieuw mazelenvaccin dat niet na 9 maanden, maar na 4 of 5 maanden kon worden gebruikt. “Dat leek goed nieuws”, aldus Benn – totdat de mortaliteit verdubbelde. “Verschillende meisjes stierven. Dus we hadden een vaccin dat beschermde tegen mazelen, maar dat tegelijkertijd het risico om te sterven door een andere oorzaak verhoogde”, betoogde Benn in Deense media.

Lacune

Haar collega Peter Aaby “contacteerde meteen de WHO, maar die geloofden zijn resultaten niet en trokken het vaccin niet terug, tot 1992, toen andere studies hetzelfde aantoonden in Sudan en Haïti.” Deze Peter Aaby geldt als de grondlegger van de term non-specifieke effecten’ van vaccins, een theorie die nog niet door alle wetenschappers wordt omarmd, maar door Aaby werd beschreven in wetenschappelijke bladen als Nature en een recente special van de BBC.

Benn en Aaby begonnen gedurende hun carrières de lacunes aan kennis in de wetenschap te begrijpen. Want terwijl er onbegrijpelijke voordelen aan sommige vaccins zitten, zoals Benn ook steeds benadrukt, kunnen er ook nadelen aan kleven die wetenschappelijk niet meteen uit te leggen zijn.

Tegenstanders

“Wat doen wetenschappers als ze erachter komen dat de zorgen van vaccinatie-tegenstanders eigenlijk terecht zijn? Geen enkel vaccin is ooit onderzocht voor de niet-specifieke effecten op gezondheid in het algemeen. Totdat we die effecten gaan onderzoeken, kunnen we eigenlijk niet bevestigen dat vaccins veilig zijn”, aldus Bonn in het eerder genoemde interview. Ze stelt dat de ‘ouderwetse’ levende vaccins, waarbij een virus in verzwakte versie in het lichaam wordt gebracht, eigenlijk beter zijn dan verwacht, terwijl niet-levende vaccins volgens haar met meer bijwerkingen worden geassocieerd.

Voor de duidelijkheid; ze is absoluut niet tégen vaccins. Benn begon ooit een TedxTalk: “Wat is een van de belangrijkste dingen die je je baby kunt geven? Iets dat íeder kind nodig heeft. Liefde? Voedsel?”, zo peilde ze de stemming in de zaal. “Mijn antwoord verschilt wellicht van het uwe. Mijn antwoord is: een levend poliovaccin.”

Pfizer

Maar Benn is minder enthousiast over het Pfizervaccin als het om kinderen gaat. “Ik heb de cijfers bekeken in het onderzoek dat de basis vormt voor de goedkeuring van de EMA voor Pfizers coronavaccin Comirnaty (de officiële naam van het vaccin, red.) bij kinderen tussen 12 en 15 jaar”, schrijft ze op LinkedIn.

In de studie werden 2260 kinderen gevolgd en opgedeeld in twee groepen: de ene groep kreeg het vaccin, de andere groep een placebo. Ze werden tot een maand na de tweede doses gevolgd. Een kleine, en kortdurende studie dus, aldus Benn. Er waren zestien gevallen van corona-infectie in de placebogroep tegenover nul in de groep gevaccineerden. De EMA trok de conclusie dat de ‘voordelen groter zijn dan de risico’s’.

Bijwerkingen

“Echter, uit de bijgevoegde tabel 2 blijkt dat, in de leeftijdsgroep van 12 tot 15 jaar, 7 van de 1131 gevaccineerde kinderen en 2 van de 1129 ongevaccineerde kinderen een zware bijwerking kregen. Het relatief risico ligt dus 3,5 keer hoger. In de leeftijdscategorie van 16 tot 25 jaar, was de ratio: negen op de 536 gevaccineerde deelnemers en drie op de 561 ongevaccineerde.” Gemiddeld geven deze resultaten een relatief risico van 3.28, concludeert Benn.

Ofwel: een zware bijwerking komt ruim drie keer vaker voor bij kinderen en jongeren die het Pfizer-vaccin kregen. Een ‘zeer significante verhoging’, aldus Benn. Het gaat om severe adverse events, de op een na hoogste categorie van bijwerkingen waarbij het dagelijkse functioneren van een kind wordt gehinderd. Alle bijwerkingen hebben categorieën van mild tot zwaar (zie hier, figure 2) en kunnen dus severe zijn, waaronder ook overgeven of hoofdpijn. Serious adverse events zoals ziekenhuisopname of overlijden kwamen in de studie niet voor, ernstige vorm van Covid-19 evenmin.

Benn concludeert: “Gezien het lage risico op zware Covid-19 bij kinderen – geen gevallen, in deze studie – is het mij niet duidelijk hoe de EMA kon vaststellen dat de voordelen groter zijn dan de risico’s.” Ze ondertekende begin deze maand een petitie aan de FDA met het verzoek om nog geen volledige goedkeuring te verlenen aan de vaccins totdat de bijwerkingen beter in kaart zijn gebracht, met handtekeningen van Tom Jefferson (Oxford), Florence Bourgeois (Harvard) en de vooraanstaande wetenschapper Robert M. Kaplan.

EMA

Terecht vraagt hoogleraar Benn zich af hoe de EMA komt tot de inmiddels befaamde inschatting dat “de voordelen groter zijn dan de risico’s”. Die inschatting is op populatieniveau volgens de overgrote meerderheid van de wetenschappers en artsen voor volwassenen absoluut begrijpelijk. Maar zoals de Deense hoogleraar Peter Gøtzsche eerder tegen OverNU zei, is dat op individueel niveau minder eenduidig.

Heeft de EMA een model waarin bijvoorbeeld een X-aantal voorkomen coronabesmettingen tegenover een Y-aantal bijwerkingen wordt afgewogen? Of bijvoorbeeld een ratio van ernstige bijwerkingen tegenover ernstige covid-gevallen? Nee, zegt een EMA-woordvoerder. “Het Geneesmiddelenbureau streeft ernaar om de beslissing over de balans van voordelen en risico’s zo consistent en transparant mogelijk te maken, maar er is niet een standaard methodologie dat wordt gebruikt voor beslissingen over regulering van medicijnen.”

“Dat betekent dat er geen wiskundige formule gebruikt wordt in de beslissingen van onze wetenschappelijke comités.”

Vergaderen

Centraal in het proces staat ‘het opbouwen van consensus’. Dat gaat zo. Een zogenaamde rapporteur uit een EU-land en een co-rapporteur uit een ander land werken met hun eigen nationale medicijnagentschap, zoals in Nederland het CBG, aan een rapport. “Daarbij maken ze een samenvatting van de uitkomsten, presenteren ze de werking, de limiteringen van de data en stellen ze vragen op die de aanvrager (een farmaceut, red.) moet beantwoorden.” Vervolgens worden nieuwe ‘peer reviewers’ aangesteld en voegen ook de regulatoren van alle EU-landen nog commentaar toe en stellen aanvullende vragen. Daarna mag de farmaceut die beantwoorden. Tot slot wordt een laatste oordeel gegeven, legt de woordvoerder van de EMA uit. Er wordt dus veel vergaderd, gedebatteerd, gesproken, overlegd en feedback gegeven, waarbij ook de farmaceut wordt betrokken.

EMA-directeur Emer Cooke.

EMA-directeur Emer Cooke.

Hoewel in dat proces zorgvuldig en zonder enige haast wordt gewerkt aan een beslissing, bestaan er wel zorgen over de invloed van farmaceutische bedrijven en de politiek op de afwegingen van de EMA. Zo ook in deze pandemie. Uit gelekte documenten bleek dat de EMA druk vanuit Brussel voelde in de afweging rond het Pfizer-vaccin, schreef Follow The Money. Gesprekken met een Eurocommissaris waren ‘gespannen en bij vlagen onaangenaam’. Ook blijkt het bureau erg afhankelijk van de industrie. In 2015 stelden medische organisaties aan de kaak dat 83 procent van het EMA-budget via ‘fees’ van de industrie komt, maar anno 2021 is dat nog verder gestegen. De Europese Ombudsman maakte zich de afgelopen maanden druk over de procedures rond belangenverstrengeling. Zo is er geen strikte scheidslijn tussen werknemers die advies aan farmaceuten geven over het regulerende proces – waar de EMA geld voor krijgt – en degenen die een oordeel vellen over een nieuw medicijn of vaccin. Dat signaleerde ook het Nederlandse instituut WEMOS eind 2020 na eigen onderzoek: “Meerdere geïnterviewden wijzen op het risico van vooringenomenheid indien er geen duidelijke verdeling is tussen EMA-experts die zich bezighouden met PSA’s (advies aan farmaceuten, red.) en degenen die de medicijnbeoordeling doen.”

Daarnaast worden de ruwe data van onderzoeken niet vrijgegeven, zoals onderzoekers vragen.

Transparantie

In een reactie op de kritiek van de Europese Ombudsman stelde de EMA dat het agentschap in de coronapandemie zorgdraagt over ‘volledige transparantie en onafhankelijkheid’. Rond coronamedicijnen en -vaccins zijn ‘dezelfde onafhankelijkheidsmaatregelen’ van toepassing als bij andere medicijnen. “Dit heeft zowel betrekking op de experts die betrokken zijn bij het adviseren over (…) de geneesmiddelen als op de experts die ze evalueren.”

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

About the author

Jannes van Roermund

Jannes van Roermund is journalist. Hij werkte als correspondent Midden- en Oost-Europa vanuit Warschau en publiceerde o.a. in het Reformatorisch Dagblad, VICE, de Volkskrant, Vrij Nederland en Follow The Money en woont inmiddels weer in Nederland, waar hij als redacteur bij De Telegraaf werkt en mede-oprichter is van OverNu.