Recent plaatsten wij een artikel over het kinkhoestvaccin. Het stuk stelde onder meer dat er onvoldoende waarborgen waren dat het vaccin geen of weinig bijwerkingen zou hebben. Het vaccin was dus op dit punt voor de marktintroductie onvoldoende onderzocht.
Er kwam een reactie op LinkedIn van een apotheker van de Universiteit Utrecht die de indruk wekte dat hij deskundig was op dit gebied. Dat bleek niet zo te zijn. Hij haalde zijn repliek vrij snel weer van LinkedIn af, een werkwijze die we kennen van mensen met verstrengelde belangen. Het doel is slechts onrust en verwarring te zaaien.
Hieronder ga ik toch in op de repliek omdat het de gelegenheid biedt om een aantal begrippen te verduidelijken. In een volgend artikel zal dr Wout van Orten-Luiten, schrijver van het artikel, inhoudelijk reageren.
“Sterk en moedig dat je absolute taal rond de kinkhoestprik ter discussie stelt. Tegelijk wordt het verhaal nog sterker met het volledige beeld: grote studies, ook met >10.000 zwangeren, laten geen verhoogde risico’s zien en geen overtuigend verband met neurologische schade of autisme. En de hoeveelheid aluminium in de prik is klein vergeleken met dagelijkse blootstelling via gewone voeding en drinken.
Informed consent vraagt om balans. Niet de ene zekerheid vervangen door de andere. Het goede gevoel van je collega is volgens mij meer dan terecht. Er overlijden nog steeds kinderen aan kinkhoest.”
Andersson, N.W., et al., Aluminum-Adsorbed Vaccines and Chronic Diseases in Childhood: A Nationwide Cohort Study. Annals of Internal Medicine, 2025.
Woestenberg, P.J., et al., The Effect of Maternal Pertussis Vaccination on Neonatal Health Outcomes in the Dutch Pregnancy Drug Register. Birth Defects Res, 2026. 118(4): p. e70042.
Gerandomiseerd onderzoek
Van medicijnen en vaccins willen we graag weten wat de balans van werkzaamheid en bijwerkingen is in vergelijking met placebo. Dit kan het beste gebeuren met gerandomiseerd onderzoek. Na de tweede wereldoorlog is dit beginsel in het leven geroepen door de befaamde Britse statisticus Sir Austin Bradford Hill.
In die tijd speelden in westerse landen verschillende schandalen rond verkeerd beoordeelde, maar desondanks toegelaten medicijnen. Vaak werd gebruik gemaakt van deskundigen die hun mening gaven over de werkzaamheid van medicijnen en dat was voor velen, en vooral de fabrikanten, genoeg om zich gedekt te voelen. Het Softenon-schandaal veranderde dat en fabrikanten moesten uitgebreid onderzoek verrichten om werkzaamheid en bijwerkingen te laten zien.
Niet veel later werd de op wetenschappelijk bewijs gebaseerde Evidence-Based Medicine (EBM) geïntroduceerd. Deze beweging die door onafhankelijke deskundigen werd geleid en uitgevoerd, maakte duidelijk hoe men onderzoeken moest lezen en interpreteren. Zij was een doorn in het oog van fabrikanten en van belangenverstrengelde onderzoekers, in Nederland vooral van de Farmaceutische Universiteit Nijmegen, de FUN, en de Kwakbollenvereniging Nederland. Beide staan bekend als buikspreekpoppen van de industrie.
Tijdens de recente pandemie volgden de zogenoemde kwaliteitskranten de redeneringen van de FUN en bijvoorbeeld ook het Erasmus MC. Niet omdat deze journalisten verstand van zaken hadden – dat hebben en hadden ze niet – maar omdat het handig was voor hun contacten.
Onderzoeksvormen en hiërarchie
In het algemeen onderscheidt men in het onderzoeksgebied twee onderzoeksvormen: experimenteel en observationeel onderzoek. Experimenteel onderzoek is het gerandomiseerde en bij voorkeur dubbelblinde placebogecontroleerde onderzoek (RCT). Dit was overigens ook de gouden standaard van klinisch geneesmiddelenonderzoek.
Observationeel onderzoek is een lagere categorie van wetenschappelijk bewijs omdat er geen actieve vergelijking plaatsvindt. We onderscheiden prospectief en retrospectief onderzoek. Bij prospectief onderzoek gaat men gegevens verzamelen vanaf een bepaald tijdstip. Bij een retrospectief onderzoek gaat men in bestanden zoeken naar bepaalde gegevens. Deze gegevens zijn meestal voor andere doeleinden verzameld, bijvoorbeeld in het kader van een bevolkingsonderzoek of voor verzekeringsdoeleinden. Beide onderzoeksvormen heten ook wel cohortonderzoek. Verder kent men patiëntcontrole-onderzoek en patiëntenseries.
Tenslotte zijn er nog de meningen van deskundigen die voorheen de belangrijkste vorm waren, maar tegenwoordig onderaan staan. Helemaal onderaan staan de meningen van journalisten van kwaliteitskranten.
Deze hiërarchie biedt een handvat bij de beoordeling van onderzoeken.
EBM en fabrikanten
De farmaceutische en vaccinindustrie was hier niet blij mee. Zij vonden, volkomen onterecht, dat zij zelf moesten kunnen bepalen hoe goed hun medicijnen werkten en welke bijwerkingen die hadden. RCT’s kosten ook veel geld en duurden lang. Bovendien kwamen er nogal eens conclusies uit die in het nadeel van hun middelen uitvielen. EBM vormde namelijk een sterke garantie tegen verkeerd opgezet en uitgevoerd onderzoek.
Een van de nieuwste trucjes van de industrie en haar handlangers is het plaatsen van berichten op sociale media en die dan na een poosje weer weg te halen. Het doel is niet een discussie op gang te brengen maar om verwarring te zaaien. De apotheker uit Utrecht laat dit maar al te duidelijk zien.
