Publicaties

Moderne Nederlandse kwakbollen

Geschreven door Dick Bijl

De farmaceutische industrie spant zich al decennia in om medestanders benoemd te krijgen in allerlei organisaties die zich met gezondheidszorg bezighouden. Hierdoor wordt de stem van de industrie overal gehoord – ook in organisaties die zich zeggen in te zetten in het bestrijden van kwakzalverij.

 

In het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) lezen we met enige regelmaat verhalen over misstanden en behandelingen die de toets der kritiek niet kunnen weerstaan. Het zijn zaken die geen enkele arts of hulpverlener voor zijn rekening wil nemen. Erevoorzitter van de vereniging, Cees Renckens, heeft meerdere van deze verhalen gebundeld. [1] Renckens laat ook zien dat de populariteit van de alternatieve genezers in Europa sterk aan het groeien is. Helaas geeft hij in zijn boek niet aan wat de achtergrond en de reden daarvan zijn. [2]

Dit artikel is ontleend aan het hoofdstuk Machtsgrepen op alle fronten van het boek De farmaceutische industrie: Verlosser, weldoener of bedrijfscrimineel? Hier is hier te bestellen.

De VtdK heeft een onbegrensd geloof in medicijnen of, zoals zij het noemt, ‘geneesmiddelen’. Jarenlang verkondigden vertegenwoordigers van deze vereniging, zoals de genoemde erevoorzitter, dat van alle medicijnen het werkingsmechanisme, de receptoren en bijwerkingen bekend zijn. Wishful thinking en een denkfout die alleen door niet in de materie van medicijnonderzoek ingevoerde personen kan worden gemaakt. Veel van wat er in de farmacologie wordt onderwezen is namelijk gebaseerd op proefdieronderzoek en/of theoretische overwegingen, niet op aangetoonde effecten in de mens. Dat verklaart ook de bijzondere effecten die medicijnen soms hebben, vooral wat betreft bijwerkingen. Kennelijk is hetgeen ik en anderen hebben aangegeven over medicijnen volledig aan de VtdK voorbijgegaan.

Het niet erkennen van de geschetste ontwikkelingen en het blijven propageren van medicijnen betekent dat de VtdK inmiddels de echte kwakzalvers van Nederland herbergt, die ik ook wel als kwakbollen omschrijf. Want als je wilt goedpraten dat mensen overlijden door het gebruik van medicijnen voor alledaagse klachten met een gunstig natuurlijk beloop, dan is er voor mij geen verschil meer met dodelijke kwakzalverij. Artikel 3 van de statuten van de vereniging vermeld dat ‘de vereniging zich ten doel stelt de bestrijding van kwakzalverij op […] farmaceutisch gebied’. Dit lijkt erg veel op rationele farmacotherapie, maar ik heb geen enkele aanwijzing dat de VtdK er serieus werk van maakt.

Interessant is hoe deze vereniging zich heeft ontwikkeld. De vereniging is opgericht in 1880 in de tijd dat met de opkomst van de chemie de eerste farmaceutische bedrijven werden opgericht en de strijd over wat kwakzalverij is zich verhevigde. [3] De vereniging verzette zich hevig tegen de door bedrijven geproduceerde middelen die zij beschouwde als ‘kwakzalverij’. Geleidelijk ontwikkelde zich een nieuwe verhouding tussen wetenschap en industrie: er werd onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde ethische fabrieken – die zich een wetenschappelijk profiel aanmaten – en de overige fabrieken, die zich zonder gêne op de markt stortten en zich primair om winstmaximalisatie bekommerden. [4]

In de jaren twintig van de twintigste eeuw bleven de kolommen van het Maandblad tegen de Kwakzalverij gevuld met aanklachten tegen de vele medicijnenfabrieken en -fabriekjes in Nederland, die producten van twijfelachtige aard zouden produceren. ‘Onder de middelen, door Mijnhardt [een fabrikant] in zijn tabletten gefabriceerd, bevinden zich verscheidene, die lang niet onschuldig zijn en die slechts onder controle van een bevoegd deskundige mogen worden aangewend. […] Evenals alle echte kwakzalvers houdt hij geen rekening met den persoon van den zieke en met den aard zijner ziekte. De patiënt moet zelf maar uitmaken waaraan hij lijdt (en hoe weinigen daartoe in staat zijn is bekend). Als onethische fabrikant stond Mijnhardt slechts één doel voor ogen: winstmaximalisatie ten koste van de patiënt’ – aldus het Maandblad. Deze Mijnhardt werd afgeschilderd als het archetype van de abjecte fabrikant.

De vereniging slaagde er niet in het commerciële kaf van het wetenschappelijke koren te scheiden en het voortbestaan van de eerste categorie onmogelijk te maken. Iets waar ze tot op de dag van vandaag moeite mee heeft.

Op de website van de vereniging staat vermeld dat zij financieel onafhankelijk is van de farmaceutische industrie en leeft van abonnementsgelden. Maar dat is slechts een deel van het verhaal. Het gaat natuurlijk om de conflicterende belangen van de bestuurs- en redactieleden. Zij hoeven daar geen opgave van te doen. En je hoeft maar even te googelen om die te vinden.

De voormalige voorzitter van de VtdK is de Noord-Hollandse huisarts Nico Terpstra. Hij heeft zich niet verder bekwaamd in epidemiologie, methodologie en statistiek, maar dat belemmert hem niet in zijn oordeelsvorming. Het gebruik van wetenschappelijke argumenten is een brug te ver voor hem en ook laat hij geen bewijzen zien om zijn uitingen te onderbouwen. Zijn wapen is de argumentatio ad hominem, een vorm van irrationeel redeneren die hij met name in de sociale media ventileert.

 Ik besloot in het voorjaar van 2020 een bezoek af te leggen bij bestuurslid Frits van Dam van de VtdK en voormalig hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ik kende hem van de acties die we ondernamen tegen het roken. Ik vertelde hem van hetgeen Terpstra zoal ventileerde in de sociale media. Hij schrok daarvan, hij was er niet van op de hoogte en vroeg of hij het bestuur hierover moest informeren. Ik vond dat niet direct nodig, temeer daar hij mij vertelde dat er inmiddels een nieuwe voorzitter was benoemd, Hans Vemer, waarvan men veel verwachte. Ik kreeg zijn e-mailadres en vroeg wat hij van de acties van Terpstra vond. Hij vond het niet belangrijk om erop in te gaan. Vemer had een achtergrond bij de farmaceutische industrie.

En dat is precies waar deze vereniging tegenwoordig onder valt: de farmaceutische industrie. Daarin past ook de benoeming van internist Kees Kramers in het bestuur van deze vereniging. In Het pillenprobleem [5] geef ik verschillende ongenuanceerde uitspraken weer van artsen over medicijnen en de bijwerkingen. Meerdere daarvan zijn van hem afkomstig, zoals deze: ‘Je verliest weleens een patiënt door bijwerkingen.’ Dit is nogal een trieste en uiterst hoogmoedige opmerking als je dit zegt tegen de ouders van kinderen die zelfmoord pleegden na gebruik van een antidepressivum, want in dat verband werd deze opmerking gemaakt. Hij werd door de Farmaceutische Universiteit Nijmegen (FUN) benoemd tot hoogleraar medicatieveiligheid. Hoe schrijnend en kwetsend dit voor de ouders van overleden kinderen is, is onbeschrijfelijk.

 

 

[1] Renckens P. Met het vizier op Kackadoris. Bunnik: Drukwerkconsultancy, 2020.

[2] Ellen de Visser. Cees Renckers streed 32 jaar lang tegen kwakzalvers. Volkskrant, 31 augustus 2020.

[3] Huisman F. Van bedreiging tot bondgenoot. De transformatie van de farmaceutische industrie in Nederland. 1880-1940. Tijdschr Soc Geschiedenis 1999; 25:1-37.

[4] Ibid.

[5] Bijl D. Het pillenprobleem [herziene uitgave]. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2020.

 

 

Over de auteur

Dick Bijl

Dick Bijl is oud-huisarts en epidemioloog. Hij is president van de International Society of Drug Bulletins en was jarenlang hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin, een tijdschrift dat onafhankelijk nieuwe farmaceutische producten evalueert voor artsen en apothekers. Bijl schreef meerdere boeken, zoals Het Pillenprobleem en Griep – prikken, slikken of heel voorzichtig niets doen?. Hij promoveerde in 2006 aan de Vrije Universiteit.