“Ik hoor alleen maar positieve geluiden, maar heb er geen goed gevoel bij”, vertelde mijn zwangere collega. Ze had het over ‘de 22‑wekenprik’ tegen kinkhoest. Had die prik nou echt alleen maar voordelen? Was het niet egoïstisch als ze die prik niet zou nemen? Ze had er geen goed gevoel bij, maar wist niet waarom. Daarom ben ik gaan spitten in literatuur en heb ik een aantal plussen en minnen van wel of niet vaccineren voor haar op papier gezet. Zo kon ze een besluit nemen op basis van zo volledig mogelijke informatie, het principe van ‘informed consent’.
In 2019 werd vaccinatie tegen kinkhoest ingevoerd voor zwangere vrouwen. Aanleiding was het toenemende aantal kinkhoestgevallen bij jonge baby’s. Het idee was dat een pasgeboren baby beter beschermd is wanneer de moeder tijdens haar zwangerschap wordt gevaccineerd.
De Gezondheidsraad schatte dat bij een vaccinatiegraad van zestig procent 1000 vaccinaties noodzakelijk zijn om één ziekenhuisopname van een jonge baby te voorkomen. Er zouden 100.000 vaccinaties nodig zijn om één sterfgeval te voorkomen.
Over de aanvaardbaarheid van een vaccin stelt de Gezondheidsraad in haar criteria voor opname van een vaccinatie in een publiek programma: ‘De last die een individu ondervindt door de afzonderlijke vaccinatie staat in een redelijke verhouding tot de gezondheidswinst voor de persoon zelf en de bevolking als geheel.’ Onvoldoende veiligheid maakt volgens de Gezondheidsraad opname in een vaccinatieprogramma onaanvaardbaar.[1]
Wat is bekend over veiligheid?
In rapporten opgesteld voor de Amerikaanse overheid is vaccinveiligheid uitgebreid onderzocht. Een groot systematisch literatuuronderzoek uit 2014 concludeert dat sommige vaccins geassocieerd zijn met zeldzame maar ernstige bijwerkingen, en dat deze risico’s moeten worden afgewogen tegen de beschermende voordelen van vaccinatie.
Opvallend is echter dat uit de tabellen in dit rapport blijkt dat slechts een beperkt deel van de gemelde of gerapporteerde bijwerkingen is onderzocht. Daarnaast is de kwaliteit van wetenschappelijk bewijs van het onderzoek dat wél is uitgevoerd vaak onvoldoende.[2] Een update uit 2021 komt tot een vergelijkbare conclusie.[3]
Dat betekent dat een goede risicoafweging van wel of niet vaccineren niet mogelijk is. Voor vaccinatie van zwangere vrouwen met het DKT-vaccin is er sterk bewijs voor een verhoogd risico op anafylaxie. Daarnaast is sprake van niet bewezen, maar ook niet uit te sluiten risico’s op onder andere hersenaandoeningen bij moeder en baby, geboorteafwijkingen, autisme en koortsstuipen.[3] Een systematisch literatuuronderzoek uit Japan naar effectiviteit en veiligheid van kinkhoestvaccinatie (2017) laat eveneens zien dat de kwaliteit van het bewijs voor relevante zwangerschapscomplicaties en geboorte-uitkomsten vaak matig of onvoldoende is.[4]
Samengevat is er voor een belangrijk deel van de mogelijke ernstige bijwerkingen van vaccins, waaronder het kinkhoestvaccin voor zwangere vrouwen, onvoldoende onderzoek beschikbaar. Door onvoldoende inzicht in de veiligheid kan geen goede risicoafweging worden gemaakt voor het wel of niet vaccineren tegen kinkhoest.
Onderrapportage van bijwerkingen
Een extra complicatie bij het beoordelen van veiligheid van vaccins is onderrapportage van bijwerkingen. Een systematisch literatuuronderzoek meldt een mediane onderrapportage van geneesmiddelbijwerkingen van 94%. Slechts 6% zou gemeld worden.[5] Van de bijwerkingen van vaccins zou zelfs minder dan 1% gemeld worden.[6]
Het laatste cijfer is afkomstig van onderzoekers die in samenwerking met de Amerikaanse CDC – vergelijkbaar met het Nederlandse RIVM – werkten aan een project om het rapporteren van bijwerkingen van vaccins in de bestaande database (VAERS) te automatiseren. Na de eerste gunstige resultaten stopte de CDC zonder opgaaf van reden de samenwerking en kon het project niet meer worden afgemaakt.[6] Rapportage van bijwerkingen in VAERS is nog steeds niet geautomatiseerd.
Mogelijke oorzaken van bijwerkingen
Bijwerkingen kunnen samenhangen met meerdere ingrediënten van vaccins, zoals aluminium, polysorbaat-80, formaldehyde, of lichaamsvreemd DNA.
Ter illustratie, de hoeveelheid aluminium in geïnactiveerde vaccins, zoals de kinkhoestvaccins, is gebaseerd op stimulering van de immuunreactie op het vaccin, niet op veiligheidsstudies.[7] Geïnjecteerd aluminium kan de placenta en de bloed-hersenbarrière passeren en zich ophopen in weefsels – onder andere in de hersenen.[8] Overwegend mechanistische studies wijzen op de noodzaak van onderzoek naar een mogelijk verband met auto-immuunaandoeningen en neurologische ontwikkelingsstoornissen als schizofrenie, bipolaire stoornissen en autisme.[7] [9] [10]
Informatie voor zwangere vrouwen
Zwangere vrouwen kunnen informatie krijgen over veiligheid van vaccinatie via hun verloskundige, huisarts of het RIVM. In de RIVM-folder ‘Vaccinaties tijdens de zwangerschap’ staat letterlijk: ‘De vaccinaties zijn veilig voor jou en je baby. Je kan wel bijwerkingen krijgen.’ De folder noemt vervolgens pijn op de prikplek, hangerigheid en hoofdpijn als meest voorkomende bijwerkingen. Het gaat hierbij om vaccinatie tegen kinkhoest en griep.
Ook op de website van het RIVM wordt gesteld dat de kinkhoestprik veilig is voor moeder en kind. In de toelichting worden vervolgens slechts aandoeningen genoemd waarvoor geen verhoogd risico is gevonden. Het RIVM zegt niets over het grootschalig ontbreken van onderzoek naar meldingen van bijwerkingen, en over de vaak beperkte kwaliteit van bewijs van onderzoeken die wél zijn gedaan.
Over ernstige bijwerkingen wordt gezegd: ‘Dat zijn zeldzame bijwerkingen en die gaan gelukkig ook voorbij’. En ook: ‘Blijvende gevolgen na vaccinatie is bij de vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma niet gevonden.’ Opnieuw benoemt het RIVM niet dat voor veel gemelde bijwerkingen onvoldoende of geen onderzoek beschikbaar is, en dat de kwaliteit van beschikbaar bewijs vaak beperkt is. Over aluminium concludeert het RIVM dat er geen aanwijzingen zijn dat het schadelijk is. Dat maakt dat de informatie van het RIVM over veiligheid van vaccinatie onvolledig is en mogelijk niet juist.
Mijn zwangere collega
Terug naar mijn zwangere collega. Ze heeft inmiddels haar besluit genomen. Ze zei dat ze er een goed gevoel over had.
[1] Gezondheidsraad, Vaccinatie tegen kinkhoest: doel en strategie. 2015, Gezondheidsraad, Health Council of the Netherlands: Den Haag. p. 1-103.
[2] Maglione, M.A., et al., Safety of Vaccines Used for Routine Immunization in the United States 2014, U.S. Department of Health and Human Services p. 1-740.
[3] Gidengil, C., et al., Safety of vaccines used for routine immunization in the United States: An updated systematic review and meta-analysis. Vaccine, 2021. 39(28): p. 3696-716.
[4] Furuta, M., et al., Efficacy and safety of pertussis vaccination for pregnant women – a systematic review of randomised controlled trials and observational studies. BMC Pregnancy and Childbirth, 2017. 17(1): p. 390.
[5] Hazell, L. et al., Under-reporting of adverse drug reactions: a systematic review. Drug Saf, 2006. 29(5): p. 385-96.
[6] Lazarus, R. et al., Electronic Support for Public Health–Vaccine Adverse Event Reporting System (ESP:VAERS). 2010, Performing Organization: Harvard Pilgrim Health Care, Inc. p. 1-7.
[7] Angrand, L. et al., Regulatory limits of aluminium content of vaccines have not been set based on toxicological studies. Environmental Toxicology and Pharmacology, 2025. 119: p. 104812.
[8] Angrand, L., et al. Inflammation and Autophagy: A Convergent Point between Autism Spectrum Disorder (ASD)-Related Genetic and Environmental Factors: Focus on Aluminum Adjuvants. Toxics, 2022. 10, 518.
[9] Boretti, A., Reviewing the association between aluminum adjuvants in the vaccines and autism spectrum disorder. Journal of Trace Elements in Medicine and Biology, 2021. 66: p. 126764.
[10] Crépeaux, G., et al., The role of aluminum adjuvants in vaccines raises issues that deserve independent, rigorous and honest science. Journal of Trace Elements in Medicine and Biology, 2020. 62: p. 126632.
