Overheid

Hoe veilig en noodzakelijk is de kinkhoestprik voor zwangere vrouwen?

Geschreven door Wout van Orten‑Luiten

In een eerdere bijdrage over de kinkhoestprik tijdens de zwangerschap hebben we aandacht gevraagd voor een onderbelicht aspect van vaccins. Een groot deel van de mogelijke bijwerkingen (dat zijn meldingen van klachten na vaccinatie) wordt niet of onvoldoende onderzocht. De kinkhoestprik wordt aanbevolen aan zwangere vrouwen. Maar voor een goede, eerlijke afweging – wel of niet vaccineren – is ook inzicht nodig in mogelijke risico’s. Aan deze keerzijde van vaccinatie besteden de Gezondheidsraad en het RIVM helaas weinig aandacht.

 

Een apotheker reageerde op dat artikel met een aantal veelgebruikte argumenten over de veiligheid en noodzaak van de kinkhoestprik:

  • Het bestaan van grote studies met meer dan 10.000 zwangere vrouwen, die geen verhoogde risico’s op bijwerkingen laten zien na de kinkhoestprik, waaronder geen neurologische schade of autisme
  • Het aluminiumgehalte van vaccins is relatief laag vergeleken met wat je via eten en drinken binnenkrijgt
  • Het bestaan van een geruststellende Deense studie over de veiligheid van aluminiumhoudende vaccins voor kinderen
  • Er overlijden nog steeds kinderen aan kinkhoest.

Graag ga ik op deze vier punten in: een kans om deze argumenten in een ander perspectief te zetten.

 

1 | Grote studies laten geen verhoogd risico zien op bijwerkingen na de kinkhoestprik

Er bestaan inderdaad grote studies die geen verhoogde risico’s op bijwerkingen laten zien na vaccinatie tegen kinkhoest en ook geen overtuigend verband met neurologische schade of autisme. Het gaat hierbij echter niet om goed opgezette, gerandomiseerde onderzoeken, die geschikt zijn voor het vaststellen van een oorzaak-gevolgrelatie (prik-bijwerking), maar om observationeel onderzoek. In gerandomiseerd onderzoek wordt de prik willekeurig toegewezen (randomisatie) aan een zwangere vrouw, terwijl in observationeel onderzoek geen sprake is van randomisatie. De vrouw kiest dan zelf. Observationeel onderzoek is daarom ongeschikt om het risico op bijwerkingen adequaat aan te tonen of uit te sluiten.

In de ingezonden reactie werd een Nederlandse studie uit 2026 aangehaald. Deze studie vond geen verband tussen de kinkhoestprik en gezondheidsproblemen bij ruim 10.000 pasgeboren baby’s.[1] Dit was echter een prospectieve cohortstudie. Dus niet geschikt om een oorzakelijk verband tussen de prik en gezondheidsproblemen (bijwerkingen) aan te tonen of uit te sluiten.

Ook systematische literatuuronderzoek laat zien dat, ondanks meerdere studies die geen verhoogde risico’s op bijwerkingen vinden, deze risico’s niet kunnen worden uitgesloten. De sterkte van het wetenschappelijk bewijs voor het ontbreken van bijwerkingen is vaak matig of onvoldoende, omdat het grotendeels gebaseerd is op observationeel onderzoek.[2, 3] Zoals ook de bovenstaande Nederlandse studie illustreert. Daarnaast is het belangrijk om te weten dat een aanzienlijk deel van de mogelijke bijwerkingen na vaccinatie niet verder wordt onderzocht.[4] Voor meer details, zie onze eerdere bijdrage over de kinkhoestprik.

 

2 | Het gehalte aan aluminium in vaccins zou relatief laag zijn in vergelijking met inname via eten en drinken

Ook hier is nuance nodig. De EFSA (Europese autoriteit voedingsveiligheid) beschouwt een orale inname (via de mond) tot maximaal 1000 microgram aluminium per kg lichaamsgewicht per week als veilig. Voor parenterale toediening (via injectie) gelden andere, strengere grenzen. De FDA (Amerikaanse autoriteit geneesmiddelen en voedselveiligheid) waarschuwt dat vanaf 4-5 microgram per kilogram per dag via een infuus, aluminium zich kan ophopen in het lichaam, onder andere bij te vroeg geboren baby’s. Zelfs bij lagere hoeveelheden kan aluminium zich ophopen. Ophoping is geassocieerd met toxiciteit voor het centrale zenuwstelsel en botten.

Het DKT-vaccin Boostrix (dat aan zwangere vrouwen wordt gegeven) bevat 500 microgram aluminium. Er is echter weinig bekend over wat er met het geïnjecteerde aluminium in het menselijk lichaam gebeurt, in hoeverre het de placenta passeert en wat mogelijke korte- en langetermijneffecten hiervan zijn voor moeder en kind. Onafhankelijk onderzoek naar farmacokinetiek (opname, verspreiding, verwerking en uitscheiding) en toxicologie van aluminium is daarom noodzakelijk.[5, 6].

Volgens de fabrikant werden in dierstudies geen nadelige effecten gevonden van Boostrix (op vrouwelijke vruchtbaarheid of ontwikkeling van de vrucht in de baarmoeder; postnatale ontwikkeling werd slechts beperkt onderzocht. Het vaccin is niet onderzocht op mogelijke kankerverwekkende effecten of effecten op DNA

 

3 |Aluminium in vaccins zou niet schadelijk zijn voor kinderen

De ingezonden reactie verwijst naar een veel aangehaalde Deense studie van Andersson en collega’s uit 2025. Dit was een grote, observationele studie (een retrospectieve cohortstudie) waarin gegevens van 1,2 miljoen kinderen werden geanalyseerd.[7] De studie concludeerde dat geen verband werd gevonden tussen vaccinatie in de eerste twee levensjaren met aluminiumbevattende vaccins en auto-immuunziekten, allergieën of neurologische ontwikkelingsstoornissen. Op deze studie is echter forse inhoudelijke kritiek geuit, onder meer op de weglating van een groot aantal kinderen in de data-analyse. Na correctie werden alsnog associaties zichtbaar met onder andere de ziekte van Asperger en autisme.

Een ander punt van kritiek was dat er geen controlegroep was van ongevaccineerde kinderen en dat kinderen die vaker dan 3 keer gevaccineerd zouden zijn, niet werden meegenomen in de studie. Voor een uitgebreid commentaar op de meerdere, serieuze tekortkomingen van deze studie verwijs ik naar een recente publicatie uit 2026.[5] Ondanks alle kritiek hebben de auteurs van de Deense studie hun conclusie niet aangepast.

Een recent systematisch literatuuronderzoek uit 2026 concludeerde dat er geen bewijs was voor ernstige of langetermijnbijwerkingen van aluminiumhoudende vaccins.[8] In een ingezonden commentaar wees onderzoeker Peter Gøtzsche echter op een aantal beperkingen van dit review. Zo zou onder andere een grote trial zijn uitgesloten waarin een baarmoederhalskankervaccin met 225 microgram aluminium (Gardasil) werd vergeleken met een vaccin met 500 microgram aluminium (Gardasil 9). In deze trial werd voor Gardasil 9 een hoger risico op ernstige neurologische aandoeningen gevonden. Het commentaar van Gøtzsche is gebaseerd op een uitgebreider artikel waarin hij stelt dat aluminium in vaccins schadelijk kan zijn.

 

4. Er overlijden nog steeds kinderen aan kinkhoest

Kinkhoest kan inderdaad ernstige gevolgen hebben voor jonge baby’s en kinderen, en er overlijden nog steeds kinderen aan de gevolgen ervan. De Gezondheidsraad schatte in 2015 dat bij een vaccinatiegraad van 70% ongeveer 10.000 moeders gevaccineerd moeten worden om 1 geval van kinkhoest bij jonge baby’s te voorkomen, en 100.000 moeders om 1 overlijden te voorkomen.[8] Een Deense studie uit 2025 schatte dat 10.000 vaccinaties nodig zijn om 2,1 gevallen van kinkhoest te voorkomen.[9]

Natuurlijk is ieder overlijden er een teveel. Wat hier echter tegenover staat aan bijwerkingen voor de kinderen en hun gevaccineerde moeders is onbekend, omdat een groot deel van de gemelde klachten na vaccinatie niet of onvoldoende is onderzocht. Daar wordt op de website van het RIVM geen aandacht aan besteed

 

Samenvatting

De vier punten uit de inhoudelijke reactie kunnen niet worden gebruikt als overtuigende argumenten voor de veiligheid en noodzaak van de kinkhoestprik. Dat studies geen verhoogde risico’s op bijwerkingen laten zien, betekent niet automatisch dat vaccineren veilig is. Een groot deel van de meldingen na vaccinatie, waaronder de kinkhoestprik, wordt niet of onvoldoende onderzocht. Dit gebrek aan onderzoek, het ontbreken van open communicatie hierover en de eenzijdige nadruk op positieve effecten leiden ertoe dat vaccinatie in de praktijk als veilig wordt beschouwd.

Daarnaast is nog steeds onduidelijk welke hoeveelheid aluminium in vaccins is, hoe aluminium zich na vaccinatie in het lichaam verdeelt, in hoeverre het de placenta passeert en wat de mogelijke korte- en langetermijneffecten hiervan zijn voor moeder en kind. De veel aangehaalde Deense studie van Andersson (2025), die concludeert dat er geen verband gevonden is tussen aluminiumhoudende vaccins en neurologische aandoeningen, laat na correctie van de data wél verbanden zien met onder andere de ziekte van Asperger en autisme. Desondanks is de conclusie niet aangepast.

Dat er nog steeds kinderen overlijden aan kinkhoest is een feit, en elk kind is er een te veel. Maar wat staat daar tegenover aan risico’s van vaccinatie? Ik hoop dat ik met deze vraag ook het laatste argument in een ander perspectief heb gezet.

Tot slot, de onvoldoende onderzochte risico’s van de kinkhoestprik vragen om meer openheid vanuit onderzoekers en overheidsinstanties. Voor een afgewogen keuze om wel of niet te vaccineren is het noodzakelijk dat ook deze onzekerheden expliciet worden benoemd. Alleen dan kan sprake zijn van een gebalanceerde afweging die recht doet aan het principe van informed consent.

 

Referenties

[1] Woestenberg, P.J., et al., The Effect of Maternal Pertussis Vaccination on Neonatal Health Outcomes in the Dutch Pregnancy Drug Register. Birth Defects Res, 2026. 118(4): p. e70042.

[2] Gidengil, C., et al., Safety of vaccines used for routine immunization in the United States: An updated systematic review and meta-analysis. BMC Pregnancy and Childbirth, 2017. 17(1): p. 390.

[3] Furuta, M., et al., Efficacy and safety of pertussis vaccination for pregnant women – a systematic review of randomised controlled trials and observational studies. BMC Pregnancy and Childbirth, 2017. 17(1): p. 390.

[4] Maglione, M.A., et al., Safety of Vaccines Used for Routine Immunization in the United States 2014, U.S. Department of Health and Human Services p. 1-740.

[5] Crépeaux, G., et al., Aluminium adjuvants and childhood health: a call for science. Journal of Trace Elements in Medicine and Biology, 2026. 93: p. 127810. https://doi.org/10.1016/j.jtemb.2020.12663

[6] Angrand, L., R.K. et al., Regulatory limits of aluminium content of vaccines have not been set based on toxicological studies. Environmental Toxicology and Pharmacology, 2025. 119: p. 104812. https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1382668925001875

[7] Andersson, N.W., et al., Aluminum-Adsorbed Vaccines and Chronic Diseases in Childhood: A Nationwide Cohort Study.. Annals of Internal Medicine, 2025.

[8] Doyon-Plourde, P., et al., Aluminium adjuvants in vaccines and potential health effects: systematic review. BMJ, 2026. 393: p. e088921. 2. Gidengil, C., et al., Safety of vaccines used for routine immunization in the United States: An updated systematic review and meta-analysis. MC Pregnancy and Childbirth, 2017. 17(1): p. 390.

[9] Gezondheidsraad, Vaccinatie tegen kinkhoest: doel en strategie. 2015, Gezondheidsraad, Health Council of the Netherlands: Den Haag. p. 1-103.

[10] Kildegaard, H., et al., Safety of pertussis vaccination in pregnancy and effectiveness in infants: a Danish national cohort study 2019-2023. Clin Microbiol Infect, 2025. 31(6): p. 995-1002.

 

 

Over de auteur

Wout van Orten‑Luiten

Wout (ACB) van Orten‑Luiten is dierenarts en humane voedingswetenschapper met een loopbaan op het snijvlak van geneeskunde, voeding en farmacologie. Ze behaalde in 1986 haar dierenartsexamen aan de Rijksuniversiteit Utrecht en rondde in 2012 haar studie humane voeding en gezondheid af aan Wageningen Universiteit. In 2024 promoveerde ze in Wageningen op onderzoek naar de relatie tussen medicijngebruik en voedingstekorten.