Opinie

Eerst sterft de wetenschappelijke discussie, daarna de patiënt

BigPharma's warme handdruk
Written by Dick Bijl

In een opiniërend artikel in het British Medical Journal schrijven de Australische kinderpsychiater en onderzoeker Jon Jureidini en de Amerikaanse onderzoeker hoogleraar filosofie Leemon McHenry over de teloorgang van Evidence Based Medicine (EBM). Ik parafraseer hun artikel en plaats dit in een Covid-19-kader.

 

De introductie van de op wetenschappelijk bewijs gebaseerde geneeskunde (EBM) vanaf de jaren zeventig betekende een paradigma-wijziging in de geneeskunde. EBM moest een stevige wetenschappelijke basis geven aan de geneeskunde. Voorwaarde was wel dat de gerandomiseerde onderzoeken, waarvan de meeste door de industrie worden uitgevoerd, betrouwbare gegevens zouden leveren.

Dat was niet het geval. Vooral door rechtszaken in de VS zijn vertrouwelijke industrie-documenten vrijgekomen met gegevens over de gerandomiseerde onderzoeken die de onbetrouwbaarheid van die onderzoeken laten zien. De auteurs schrijven dat we dit serieuze probleem, dat overigens niet van vandaag of gisteren is, eerst moeten oplossen. Tot die tijd is EBM een illusie.

De Oostenrijkse filosoof Karl Popper, de propagandist van het kritische rationalisme, was een groot pleitbezorger voor de integriteit van de wetenschap en de rol van wetenschap in een open democratische samenleving. In de samenleving die Popper voor ogen stond, laten praktiserende artsen zich niet al te zeer meeslepen door populaire hypothesen. Ze nemen de uitkomsten van de meest solide onderzoeken serieus.

Dit ideaal staat onder zware druk. Debet daaraan zijn grote ondernemingen waarin financiële belangen zwaarder wegen dan het algemeen belang. Een klein aantal zeer grote ondernemingen hebben een gemeenschappelijk doel, namelijk het uitbreiden van hun marktaandeel. Voorstanders van vrijemarkteconomie bejubelen de voordelen van deze ontwikkeling, zoals het stimuleren van biomedisch onderzoek door deze organisaties. Deze voordelen spelen echter op de korte termijn.

De voorstanders van de vrijemarkteconomie houden geen rekening met de ernstige onbedoelde langetermijneffecten van de huidige situatie. Omdat de industriële eigenaren van onderzoeksgegevens en kennis negatieve onderzoeksuitkomsten geheim houden, zijn de gevolgen voor de geneeskunde desastreus. De wetenschappelijke ontwikkeling vertraagt doordat onderzoeksgegevens de wetenschappelijke wereld niet bereiken en de rapportage van bijwerkingen faalt. De negatieve invloed van commerciële belangen op de onderzoeksagenda, universiteiten en registratieautoriteiten leidt er uiteindelijk toe dat mensen overlijden.

De farmaceutische industrie is verantwoording verschuldigd aan zijn aandeelhouders. Wetenschappelijke integriteit is daar secundair aan. Universiteiten hebben lang geclaimd dat zij de hoeders van de waarheid zijn en het morele geweten van de maatschappij. Door het wegvallen van overheidssponsoring, zijn universiteiten een neoliberale koers gaan varen waarbij ze financiële steun van de industrie zochten. Dit leidde ertoe dat universiteitsafdelingen veranderden in instrumenten van de farmaceutische industrie, en academici in werktuigen voor de promotie van commerciële producten.

Decanen van universiteiten hadden voorheen hun positie te danken aan hun academische prestaties, maar zijn nu vervangen door managers die op handige wijze sponsorgeld weten te genereren. Vooraanstaande academici, ofwel Medische Opinieleiders (MOLlen), danken hun aanstelling aan hun invloed op het voorschrijfgedrag van artsen. Deze Mollen maken deel uit van adviesraden van de fabrikanten en presenteren onderzoekresultaten op congressen en medische nascholingen. Zij zijn verworden tot zogenoemde ‘productkampioenen’, en hebben afstand gedaan van hun kritisch oordeelsvermogen als onafhankelijke denkers.

Mollen genieten aanzienlijke academische privileges, zoals het publiceren in medische tijdschriften. Het doet er daarbij niet toe of de meningen die ze daarin verkondigen in strijd zijn met de werkelijkheid. Door de samenwerkingsverbanden met hun sponsoren falen universiteiten in het corrigeren van wetenschappelijke onwaarheden. Daarentegen krijgen critici van de industrie te maken met juridische claims, weigeringen van tijdschriften om hun artikelen te publiceren en de mogelijke ondermijning van hun carrière.

Voor hun instandhouding zijn instituten die wetenschappelijke objectiviteit en onpartijdigheid zouden moeten bevorderen, nu geheel afhankelijk van politieke en commerciële machten. Gevestigde belangen zullen echter altijd over de rationaliteit van wetenschap heen walsen.

Registratieautoriteiten zijn financieel afhankelijk van de bijdragen van de industrie. Ze beoordelen medicijnen zonder dat ze inzage hebben in de ruwe onderzoeksgegevens. Deze situatie roept de vraag op welk vertrouwen we kunnen hebben in industrieën die in hun aanvraagdossiers bij wijze van spreken ‘hun eigen proefwerk nakijken’. In een publiek controlesysteem moeten onafhankelijke deskundigen deze controlerende taak uitvoeren, maar onwetende overheden en in het systeem gevangen registratieautoriteiten zullen deze ontwikkeling niet tot staan brengen.

Jureidini en Leemon sluiten hun betoog af met enkele concrete voorstellen om het huidige systeem te hervormen:

  • Stop de directe financiële bijdragen van de industrie aan de registratieautoriteiten.
  • Verplicht farmaceutische bedrijven belasting te betalen om hiermee gerandomiseerde onderzoeken met publiek geld te financieren.
  • Maak geanonimiseerde individuele patiëntgegevens, tezamen met onderzoeksprotocollen, beschikbaar op onafhankelijke websites zodat onafhankelijke onderzoekers de onderzoeksgegevens kunnen analyseren.

Met de bovenstaande argumenten kunnen proefpersonen die deelnemen aan onderzoeken aandringen op het publiekelijk beschikbaar maken van hun data. Zij hebben zich blootgesteld aan risicovolle interventies, en hebben dus het recht op een rigoureuze wetenschappelijke benadering en analyse van hun gegevens. De zorgen van de industrie over privacy en intellectuele eigendomsrechten dienen geen leidraad zijn.

 

Beschouwing

De analyse van Jureidini en McHenry legt het falen van het huidige samenspel van industrie en universiteiten bloot. Dit samenspel heeft de universiteiten gedegradeerd tot speelbal van de commerciële belangen van de industrie. Dat is op zich al ernstig. Nog ernstiger is dat door dit samenspel van commerciële en wetenschappelijke belangen de producten van de farmaceutische industrie inmiddels de derde doodsoorzaak, na hart- en vaatziekten en kanker, zijn geworden. Vandaar ook de steeds vaker gehoorde stelling dat artsen de nieuwe kwakzalvers van de moderne tijd zijn.

Belangenverstrengelde academici en onderzoekers gaan de discussie hierover uit de weg, hetgeen hen zowel als artsen ongeloofwaardig maakt. Zij hebben immers de Eed van Hippocrates afgelegd. Bovendien zijn zij als academici niet meer in staat wetenschappelijke artikelen te lezen en te beoordelen. Velen schrijven de teloorgang van EBM toe aan belangenverstrengelde onderzoekers die een broertje dood hebben aan onderzoeksmethodologie, en vooral hun sponsoren tevreden willen stellen. EBM is echter een prachtig instrument als het in handen blijft van onafhankelijke onderzoekers.

Een veelgehoorde opmerking in relatie tot de huidige Covid-19-situatie is dat wetenschappers het niet altijd eens zijn over onderzoeken en de interpretatie daarvan. Dat is juist, maar in de wetenschap gaat het erom dat er discussie mogelijk is. En die discussie ontbreekt grotendeels.

Eenzijdige overheidspropaganda, amateurs die zich op sociale media in discussies mengen waar ze totaal geen verstand van hebben en het in diskrediet brengen van onafhankelijke wetenschappers, ze getuigen des te meer van de neergang van het huidige systeem.

Fraude genereert slechte wetenschap. Slechte wetenschap wordt meestal voortgebracht door belangenverstrengelde onderzoekers. Onafhankelijke onderzoekers die geen belang hebben bij de uitkomsten van hun onderzoek dienen juist omarmd te worden door de overheid, maar deze is er allang niet meer voor de burger. De overheid heeft onder leiding van het neoliberalisme zijn ziel verkocht aan de industrie. Tel uit je winst.

De door Jureidini en McHenry gesignaleerde problemen zijn al vaker onder de aandacht gebracht. De situatie verbetert echter niet. Integendeel, de situatie verslechtert. De sinds de Softenon-affaire opgestelde regels in de jaren zestig voor de registratie van nieuwe medicijnen worden steeds vaker met voeten getreden, met enorme schade aan het belang van consumenten, burgers en patiënten als gevolg.

De industrie en de registratieautoriteiten zullen niet uit zichzelf veranderen. De politiek staat erbij en kijkt ernaar, zowel in ons land als in de EU. Blijft dan alleen de mogelijkheid van juridische stappen over?

About the author

Dick Bijl

Dick Bijl is oud-huisarts en epidemioloog. Hij is president van de International Society of Drug Bulletins en was jarenlang hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin, een tijdschrift dat onafhankelijk nieuwe farmaceutische producten evalueert voor artsen en apothekers. Bijl schreef meerdere boeken, zoals Het Pillenprobleem en Griep – prikken, slikken of heel voorzichtig niets doen?. Hij promoveerde in 2006 aan de Vrije Universiteit.