Is het niet raar dat de farmaceutische industrie de ene boevenstreek na de andere uithaalt? Wie op 18 december 2025 de presentatie van het nieuwste boek van Dick Bijl bijwoonde, kreeg een afdoende antwoord op die vraag. Nee, dat is niet raar. Met zo’n verleden is dat precies wat we van de farmaceutische industrie kunnen verwachten.
Eigenlijk had het boek dat op een donkere wintermiddag in het Utrechtse cultuurcentrum Parnassos ten doop werd gehouden Pillendraaiers moeten heten. Het werd uiteindelijk De farmaceutische industrie – Verlosser, weldoener of bedrijfscrimineel? Voedingshoogleraar Renger Witkamp, die het voorwoord had geschreven en aan wie het boek werd uitgereikt, betreurde die naamsverandering.

De farmaceutische industrie: Verlosser, weldoener of bedrijfscrimineel? is hier te bestellen.
Witkamp, die in Wageningen het grijze gebied tussen voeding en farmacologie bestudeert, beschouwde zichzelf immers ook als een hele of halve pillendraaier. Desondanks was hij benieuwd naar de inhoud van het boek. “Je hoeft het niet eens te zijn met alles wat Dick schrijft om zijn werk te waarderen”, zei Witkamp. Hij hoopte dat er ook binnen ministeries en overheidslichamen mensen waren die ook dit boek zouden lezen. Niet alleen omdat ze dit boek verdienen, maar ook omdat ze door het lezen van het boek hun werk beter kunnen doen.
Censuurperikelen
Het zag er even naar uit dat er misschien geen boek zou komen, verklapte Bijl. De uitgever aan wie het manuscript van Pillendraaiers was toevertrouwd, had grote delen van het boek willen censureren. Daarbij zaten onder meer passages over het functioneren van het bijwerkingencentrum Lareb en haar directeur Agnes Kant. Kant verkondigde al voordat de vaccins op de markt waren gekomen en voordat de producenten hun trials hadden gepubliceerd dat de coronavaccins veilig waren.
“Dat was natuurlijk niet acceptabel”, zei Bijl. Hij had daarom het manuscript bij de uitgever weggehaald en het werk met een andere titel in eigen beheer uitgegeven.
Ad fontes
Eerst tijdens zijn presentatie en later in een vraaggesprek met podcaster Lotte Niens, vertelde Bijl over de wortels van de farmaceutische industrie. Die gaan terug naar het Duitsland van de negentiende eeuw. Wat nu de farmaceutische industrie is, begon als een zijtak van de chemische industrie, en dan vooral de verfindustrie. De grondstoffen waarvan de chemische industrie verf maakte, konden ook dienen als bouwsteentjes van medicijnen. Eén van de eerste medicijnen die de farmaceutische industrie introduceerde was acetylsalicylzuur. Het Duitse chemiebedrijf Bayer bracht het in 1899 onder de naam Aspirin op de markt.
En echte noviteit was Aspirin trouwens niet. Traditionele genezers gebruikten al eeuwen extracten van wilgenbast en andere planten die de stof salicylzuur bevatten als koortsverlagend middel. Bayer had, door het aanbrengen van een acetylgroep, de chemische structuur slechts licht gewijzigd. Ook andere belangrijke medicijnen die in de late negentiende en vroege twintigste eeuw op de markt kwamen, waren licht of niet gewijzigde versies van natuurlijke stoffen. Dat gold bijvoorbeeld voor heroïne, een ander product uit de koker van Bayer, maar ook voor penicilline en insuline.
Hoewel de succesvolle producten van de farmaceutische industrie uit de natuur kwamen, deed de farmaceutische industrie al in een vroeg stadium zijn best om het gebruik van natuurlijke middelen in een kwaad daglicht te stellen. Die middelen waren ‘onwetenschappelijk’. Wie ze verstrekte, voorschreef of bestudeerde was in de ogen van de industrie een ‘kwakzalver’.
Tot aan de Eerste Wereldoorlog domineerden Duitse bedrijven de farmaceutische markt. Dat veranderde nadat de winnaars van de oorlog de Duitse patenten confisqueerden en Duitse farmaceutische bedrijven hun hegemonie verloren. De Duitse chemische industrie probeerde na de oorlog zijn positie te heroveren door te opereren onder één vlag – die van de Interessen-Gemeinschaft Farbenindustrie AG (IG Farben).
Tijdens het nationaal-socialistische bewind in Duitsland produceerde IG Farben het gifgas Zyklon-B. Medewerkers van IG Farben, zoals Otto Ambros, bestuurden onderdelen van het vernietigingskamp Auschwitz. Na de oorlog, tussen 1946 en 1949, moest een aantal opgepakte topmensen van IG Farben verschijnen voor een tribunaal dat was georganiseerd door het Amerikaanse leger in Neurenberg.
Bijl is niet onder de indruk van de rechters van het IG Farben-proces. “Tweederangsrechters die niet wisten waar Europa lag”, typeert hij. De straffen die ze oplegden, waren opvallend mild en alle veroordeelden waren binnen enkele jaren weer op vrije voeten.
Dat gold ook voor Otto Ambros. In 1951 kon hij de draad van zijn oude leven weer oppakken. Hij ging werken voor de farmaceut Grünenthal, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor het testen van thalidomide, een middel tegen slapeloosheid en ochtendmisselijkheid tijdens de zwangerschap. Bij Grünenthal werkten op dat moment trouwens nog wel meer chemici en onderzoekers met een naziverleden.
In de late jaren vijftig en vroege jaren zestig was thalidomide in tientallen landen op de markt. In Nederland was het verkrijgbaar onder de naam Softenon. Al in de jaren vijftig circuleerden er berichten over vrouwen die door thalidomide miskramen kregen of kinderen met phocomelie, maar Grünenthal wist die lange tijd onder het tapijt te vegen. In de vroege jaren zestig was overduidelijk wat er aan de hand was en ging thalidomide van de markt. Toen waren er naar schatting wereldwijd al meer dan tienduizenden kinderen misvormd op de wereld gekomen.
Strengere regels
Het thalidomideschandaal ging aan de Verenigde Staten voorbij. Het middel kwam niet op de markt. Frances Kelsey, de farmacoloog die bij de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) moest beoordelen of het middel op de markt kon komen, oordeelde dat de producent de veiligheid niet had aangetoond. Ook toen producenten haar onder druk zetten, zwichtte ze niet. Voor haar standvastigheid kreeg Kelsey in 1962 van president John F. Kennedy een onderscheiding.
Na het thalidomideschandaal scherpten overheden in ontwikkelde landen het toelatingsbeleid aan. Tot dan konden producten al de markt op komen als de producent enkele dierproeven had uitgevoerd. Nu moest een fabrikant zijn product ook beproeven in studies met menselijke proefpersonen. Het eerste land waarin dit systeem functioneerde, was Amerika. Andere landen kopieerden de Amerikaanse aanpak. En nog steeds houden bijvoorbeeld autoriteiten binnen de European Medicines Agency (EMA) bij al hun beslissingen nauwlettend hun collega’s bij de FDA in de gaten.
Corrumperende invloed
Het verbeterde systeem heeft jarenlang redelijk gefunctioneerd. Het was niet perfect, maar het voorkwam een herhaling van het thalidomideschandaal. Dat veranderde na de jaren tachtig, toen neoliberale regeringen en politici markten begonnen te dereguleren en de grote farmaconcerns hun kans grepen. Ze begonnen het systeem te corrumperen.
Overheden trokken zich terug als sponsor van medicijnonderzoek, zodat artsen, wetenschappers en autoriteiten die zich een beeld van de effecten en bijwerkingen van medicijnen wilden vormen, blind moesten varen op gesponsorde studies. Binnen het wetenschappelijk onderwijs verdrongen belangenverstrengelde onderzoekers hun onafhankelijke collega’s. Het curriculum van artsen veranderde, waardoor nieuwe generaties van artsen weinig kennis hadden over bijwerkingen van medicatie – en ook niet meer leerden hoe ze studies kritisch moesten lezen. Binnen de medicijnautoriteiten verdwenen de onafhankelijke wetenschappers.
De laatste stap was dat ook de massamedia aan de leiband gingen lopen van de farmaceutische industrie. Er waren gelukkig nog een paar kritische bastions overeind gebleven. De tv-programma’s Radar en Zembla bijvoorbeeld, die recent zijn gedoken in de dossiers over ondeugdelijke spiraaltjes en GLP1-afslankmiddelen. Maar dat waren de uitzonderingen. Journalistiek werk van dit kaliber is vrijwel verdwenen uit de reguliere media.
In de jaren negentig, toen dit proces nog niet voltooid maar al wel in volle gang was, was er een tegenbeweging. Binnen de evidence-based medicine wees de klinisch epidemioloog, biostatisticus en meta‑onderzoeker John Ioannidis op de onbetrouwbaarheid van het medische onderzoek. In 2005 publiceerde hij Why most published research findings are false, een analyse die het begin van de replicatiecrisis inluidde.
Tijdens de coronacrisis werd duidelijk dat Ioannidis een hoge prijs voor zijn kritische houding moest betalen. Hij kreeg via de reguliere en sociale media te maken met een wereldwijde aanval op zijn persoon en zijn werk. Hij werd verbannen van sociale platforms. De aanleiding? Ioannidis plaatste kritische kanttekeningen bij de modellen die voorspelden dat het coronavirus SARS-CoV-2 procenten van de bevolking zou doden. Hij wees er bovendien op dat de effectiviteit van de coronamaatregelen niet wetenschappelijk was onderbouwd en waarschijnlijk ook negatieve gevolgen zouden hebben. Wat Ioannidis overkwam, overkwam ook met honderdduizenden artsen, wetenschappers, burger-journalisten en influencers.
De uitrol van de coronavaccins maakte zichtbaar dat de farmaceutische industrie het grootste deel van wat was opgebouwd na het thalidomideschandaal heeft kunnen neutraliseren. Er was geen aanleiding voor massavaccinaties, de vaccins waren onvoldoende getest – en inmiddels staat vast dat ze slechts enkele weken enige bescherming tegen ernstige ziekte geven en tegelijkertijd ernstige bijwerkingen hebben.
“Medicijnen zijn inmiddels één van de belangrijkste doodsoorzaken”, zei Bijl. “En bij die medicijnen rekenen we ook de coronavaccins.” Slechte medicijnen, die eigenlijk nooit op de markt hadden mogen komen maar massaal door de mazen van het gecorrumpeerde systeem ontsnapten, verklaren waarom de levensverwachting in de Verenigde Staten afneemt. En uiteindelijk wil de farmaceutische industrie toe naar de situatie van vóór de thalidomidecrisis – een situatie waarin medicijnen niet meer zorgvuldig in langdurige humane studies worden beproefd, maar na enkele summiere studies op de markt komen en vervolgens achteraf en in real life worden getest op nietsvermoedende medicijngebruikers. Ongeveer zoals de coronavaccins nog steeds worden ‘uitgetest’.
Kentering

Lotte Niens (links) en Dick Bijl (rechts).
Een somberstemmend beeld, vond interviewer Lotte Niens. Op haar vraag hoe dit ooit nog goed moest komen, antwoordde Bijl dat hij hoopvol was. “De farmaceutische industrie heeft een machtsgreep proberen te plegen”, zei hij. “Maar tijdens de coronacrisis heeft de industrie zijn hand overspeeld. De machtsgreep is mislukt.”
De massavaccinaties hebben zoveel schade veroorzaakt dat de industrie die niet meer kan verstoppen. Inderdaad, overheden en instellingen als het RIVM en Lareb houden vol dat de covidvaccins veilig en effectief zijn. In de Tweede Kamer krijgen eenlingen die de gevolgen van de massavaccinaties op de agenda willen zetten geen voet aan de grond. De reguliere media en platforms als LinkedIn blijven coronacritici wegzetten als halvegaren – en als dat niet helpt – censureren.
Desondanks stapelen de bewijzen zich op dat de massavaccinaties zijn uitgelopen op een farmacologische ramp. Net zoals het thalidomideschandaal in de jaren zestig had gefungeerd als een katalysator van verandering, zal de schade die de massavaccinaties hebben aangericht aanleiding zijn tot een drastische hervorming van het systeem.
Bijl maakt zich geen illusies over de rol die Nederland daarin zal spelen. Maar in de Verenigde Staten, waar na de terugkeer van Donald Trump coronacritici als gezondheidseconoom Jayanta Bhattacharya, de oncoloog Vinay Prasad en de biochemicus Robert Malone prominente posities binnen het Amerikaanse bestuursapparaat kregen, waait een nieuwe wind. Op Amerikaanse universiteiten discussiëren wetenschappers openlijk over het coronabeleid, in Amerikaanse gerechtshoven moeten farmabedrijven zich verantwoorden en Amerikaanse parlementaire onderzoekscommissies bestuderen de herkomst van het coronavirus. Het nieuwe Amerika zal de macht van Big Pharma breken. En dit keer hopelijk voorgoed.
