Uitgelicht

De pillen en poeders van Hekstra van Fenazepa

Geschreven door Willem Koert

Heel, heel erg lang geleden, woonde in het Sprookjesbos een slechte vrouw die niet te vertrouwen was. Ze heette Hekstra van Fenazepa. En het klinkt raar, maar niemand in het Sprookjesbos wist hoe slecht en gevaarlijk Hekstra was. De bewoners van het Sprookjesbos wisten niet beter of Hekstra was een wijze genezeres, die uiterst bedreven was in het verdrijven van somberte, ongegronde achterdocht en andere vertroebelingen van de geest.

 

Hekstra veroverde de harten van de Sprookjesbosbewoners dankzij Roodkapje. Het vrolijke meisje maakte zich zorgen over haar veiligheid in het bos. Ze had de indruk dat ze tijdens haar wandelingen door het Sprookjesbos werd achtervolgd door een groot harig schepsel. Maar helemaal zeker was Roodkapje er niet van, want ze kreeg het beest of wat het ook was nooit goed te zien.

Toen haar angsten dermate toenamen dat ze overwoog een vuurwapen aan te schaffen, regelde haar stiefmoeder een consult bij Hekstra van Fenazepa. Die gaf Roodkapje een brouwsel dat haar in een oogwenk van haar vervelende waangedachten verloste. Het elixer werkte zelfs zo goed, dat Roodkapje geen enkele gedachte meer had.

Jammer genoeg kon Roodkapje niet lang van de wondere werking van Hekstra’s medicijn profiteren. Ze verdween toen ze onderweg was naar Grootmoeder en werd nooit meer teruggezien. Behalve dan haar afgekloven onderbeen. Repelsteeltje vond het achter de waterput bij Grootmoeders aanleunwoning. Roodkapjes schoen zat er nog aan vast.

Heel verdrietig, inderdaad. Maar desondanks maakte de genezing van Roodkapje diepe indruk op de bewoners van het Sprookjesbos. Die indruk veranderde zelfs in verering, nadat Hekstra Doornroosje met succes behandelde voor haar stuiterbalgedrag. De bewoners van het Sprookjesbos vermoedden aanvankelijk dat Doornroosje gewoon te veel energie had om lang stil te zitten, maar Hekstra verkondigde dat er meer aan de hand was. De neurotransmitters van Doornroosje waren verstoord, zei Hekstra te weten. Gelukkig had ze een elixer dat daaraan een einde maakte.

En verhip! Vrijwel onmiddellijk nadat Doornroosje de eerste dragee had ingenomen, viel ze in een hele, hele diepe slaap. En toen we dit stukje schreven, sliep Doornroosje nog steeds.

Hoe dan ook, al snel kocht iedereen in het Sprookjesbos met geestelijke problemen Hekstra’s pillen, poeders en tincturen. Zelfs Blauwbaard wist de weg naar Hekstra te vinden. Toen de oude brombeer na de mislukking van zijn veertiende huwelijk – en de raadselachtige verdwijning van zijn veertiende ega – somber en verdrietig was geworden en zich afvroeg of hij wel gelukkig kon worden in een relatie met een vrouw, verdreef Hekstra Blauwbaards getob. Ze gebruikte een gepatenteerd extract waarvan zowel zijzelf als Blauwbaard de naam niet goed konden onthouden, zo moeilijk en ingewikkeld was die naam. Maar potverdikkie, wat werkte het goed! Binnen een week was Blauwbaard alweer actief op Tinder, op zoek naar een dame van stand die bij hem wilde intrekken.

En toen Assepoester zich afvroeg of haar stiefzusters haar wel fair behandelden, wist Hekstra ook daarvoor een remedie. Ze combineerde het elixer dat de arme Roodkapje van haar waanbeelden had afgeholpen met het elixer dat Blauwbaard weer viriel en gelukkig had gemaakt. En even leek het erop dat Hekstra van Fenazepa wederom een groot medisch succes had geboekt – ware het niet dat Assepoester ook onder behandeling stond van Bob Eiland.

Bob Eiland was een kundige en ervaren dorpsdokter, met een degelijke kennis van zijn vakgebied. Hij schreef nooit zomaar iets voor, maar zocht eerst alles goed uit. Toen Dokter Eiland Assepoesters dossier bestudeerde, en zag welke combinatie van middelen Hekstra van Fenazepa het meisje liet slikken, werd hij hevig ongerust. De dorpsdokter wist dat deze twee middelen niet samen gebruikt konden worden. Wie zo onverstandig was om dat te doen, kon van het ene moment op het andere dood neervallen. En dus vroeg de dokter Assepoester om dat middel met die moeilijke naam onmiddellijk te laten staan.

Toen Hekstra hoorde wat Bob Eiland had gedaan, ontstak ze in woede. Hoe haalde een onnozelaar als Eiland het in zijn domme hoofd om haar, de grote Hekstra van Fenazepa, tegen te spreken! Dit was te dol. En dus riep Hekstra de Grote Raad van Sprookjesbos bijeen in het paleis van de Koning. En klaagde Bob Eiland aan.

“Die man is een kwakzalver!”, exclameerde Hekstra nadat de Koning de vergadering had geopend. “Ik ben pislink op hem en zal dat de rest van mijn leven blijven. Ik eis dat de Grote Raad van Sprookjesbos dit onbenul verbiedt om het beroep van dorpsdokter uit te oefenen.”

“Dokter Eiland heeft nogal wat patiënten en die dragen hem op handen”, wierp de Koning tegen. “Die zullen erg verdrietig zijn als ik uw eis inwillig.”

“Dan verwijst u die patiënten maar naar mij”, riposteerde Hekstra listig. “Ik heb pillen tegen verdriet.”

“Weet u zeker dat uw pillen werken?”, bemoeide dokter Eiland zich met het gesprek. “Of dat ze veilig zijn? Na mijn ervaringen met Assepoester en gezien de uiterst riskante medicatie die u haar heeft voorgeschreven, vraag ik mij af of u wel verstand van medicijnen heeft.”

“Parbleu”, reageerde Hekstra. “Het is dat ik altijd elegante schoenen draag, maar anders was mijn klomp gebroken. Hoe haalt u het in uw provinciale hoofd om te beweren dat ik verkeerde combinaties van medicijnen voorschrijf?”

Bob Eiland haalde zijn slimme mobiel uit zijn tuniek en hief die omhoog, zodat alle aanwezigen het apparaat konden zien. “Onder meer hier vandaan”, informeerde de kundige genezer de aanwezigen. “Als ik op een zoekmachine de namen van de twee preparaten intik, verwijzen de eerste suggesties al naar waarschuwingen omtrent het riskante karakter van deze combinatie. En die waarschuwingen komen…”

“Je moet natuurlijk niet alles geloven wat op internet staat”, interrumpeerde Hekstra nerveus. “Het wordt tijd dat desinformatie strafb…”

“…Van de FDA1 en de EMA2”, voltooide dokter Eiland zijn zin.

Even was het stil. Hekstra knipperde met haar ogen. Dokter Eiland stopte zijn slimme mobiel weer weg. Vrouw Holle, de zeven geitjes, de drie biggetjes, de Bremer stadmuzikanten, Blauwbaard en alle andere aanwezigen wachtten in spanning af.

De Koning draaide zich om naar Merlijn de Tovenaar, die de Koning in moeilijke kwesties als deze adviseerde. “Klopt dat?”, vroeg de monarch. De Magiër keek op zijn eigen slimme mobiel en knikte bevestigend.

“Mooi is dat”, mopperde de Koning. “Mevrouw staat hier de kluit te belazeren.”

“Ik heb anders toch Roodkapje weten te genezen”, wierp Hekstra tegen. “Toen ze mijn praktijk binnensjokte, was het zielig vogeltje. Maar nadat ze mijn elixer had ingenomen, was ze zo fit als een hoentje.”

“Onzin”, bromde de Boze Wolf. “Ze was behoorlijk suf. Ik kreeg haar moeiteloos te pakken.”

“En dan heb ik het nog niet over Doornroosje gehad”, vervolgde Hekstra. “Voordat ik haar behandelde, was ze een onvoorspelbare stuiterbal. En nu is ze sereen, kalm en…”

“En hersendood”, vulde Sprookjesprins Hekstra aan. “Ik krijg haar niet wakker gekust.”

En daarna zweeg iedereen nogmaals. De ader op de rechterslaap van de Koning was zichtbaar geworden en pulseerde. En het ganse Sprookjesbos wist wat dat betekende. De Koning was boos. Heel boos.

“Mevrouw Hekstra van Fenazepa”, bulderde de Koning. “U roept de Grote Raad van Sprookjesbos bijeen. U eist dat een doortastende dorpsdokter, die mogelijk het leven van uw patiënt heeft gered, zijn beroep niet meer mag uitoefenen. U noemt hem ‘kwakzalver’ en ‘onbenul’, maar uit alles wat ik hier heb vernomen blijkt het tegenovergestelde.”

De Koning pauzeerde even en nam een slokje water. “Die kwakzalver en onbenul bent u.”

De mond van Hekstra viel open. “Monarchie is een slecht systeem”, kreet ze verontwaardigd. “Dat blijkt maar weer.”

“Ik geloof dat u maar wat aanrommelt met uw pillen en poeders”, vervolgde de Koning. “U pretendeert dat u mijn onderdanen helpt, maar in werkelijkheid stopt u ze vol met gif.”

“Nou nog mooier”, brieste Hekstra. “Al mijn preparaten zijn uitvoerig getest. Ze zijn veilig en effectief.”

“In dat geval…”, mompelde de Koning. Hij knipte met zijn vingers, waarna Lange Jan en de Jager van het Sprookjesbos zwijgend de zaal inliepen. Over hun rug droegen ze elk een grote juten zak, die ze stilzwijgend voor Hekstra op de grond plaatsten.

Hekstra wierp een steelse blik in de zakken en knipperde met haar ogen. Ze herkende de inhoud ogenblikkelijk.

“Dit zijn uw medicijnen”, verklaarde de Koning. “Die in dat rode doosje gaf u aan Blauwbaard. Die in het potje met het gele etiket gaf u aan Roodkapje. U gaf beide middelen aan Assepoester. Aangezien deze producten uitvoerig getest, veilig en effectief zijn, ook in combinatie, vindt u het vast niet bezwaarlijk om ze nu zelf in te nemen.”

Hekstra zweeg. Ze verroerde zich niet.

De Koning ging verzitten.

“Nou?”, vroeg de Koning.

Hekstra schudde haar hoofd.

“Dat dacht ik al”, verzuchtte de Koning.

 

 

[1] U.S. Food and Drug Administration. Citalopram capsules: prescribing information. Silver Spring (MD): FDA; 2023; U.S. Food and Drug Administration. Seroquel (quetiapine fumarate) tablets: prescribing information. Silver Spring (MD): FDA; 2017.

[2] European Medicines Agency. Monthly report: Pharmacovigilance Working Party (PhVWP) October 2011 plenary meeting. London (UK): EMA; 2011.

 

 

Over de auteur

Willem Koert

Willem Koert is gedragswetenschapper, freelance wetenschapsjournalist en blogger. Hij bestudeerde de bodybuildingsubcultuur, de zwarte markt voor dopingmiddelen en de opkomst van nieuwe recreatieve drugs en dopingmiddelen. Zijn journalistieke producties over gezondheid, voeding, suppletie en beweging verschenen onder meer in de Volkskrant, de Gezondgids en Men’s Health.